24/02/2026
Sommige dieren, waaronder heel wat vogels, verkiezen akkers boven natuurgebieden of tuinen. Plan Leeuwerik zet zich al vijf jaar in om deze vaak bedreigde soorten een handje te helpen met concrete maatregelen op het terrein. Om de effecten hiervan te meten, trokken vrijwilligers gedurende vijf zomers en winters naar de Bilzerse akkers om er intensief te tellen volgens een wetenschappelijke methode. Dit project is uniek in Vlaanderen.
Met Plan Leeuwerik zetten de stad Bilzen-Hoeselt, Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren (RLHV), vzw Veldwerk, Werkgroep Grauwe Gors (WGG), Vlaamse Landmaatschappij (VLM), Natuurpunt Spouwen-Amelsdorp-Rosmeer, de Landbouwraad, lokale landbouwers en inwoners zich in voor een rijker boerenland vol leven. Het project liep van 2021 tot 2025. Ondertussen gingen de partners van start met Plan Leeuwerik 2.0 om blijvend in te zetten op meer biodiversiteit op en rond de Bilzerse akkers.
Sterk landschap vol leven
“Met relatief kleine maatregelen zetten we ons in voor het behoud van kwetsbare soorten,” licht schepen Capiot van de stad Bilzen-Hoeselt toe. “Vooral akkervogels zoals veldleeuweriken, geelgorzen en kieviten gaan al decennialang achteruit. Zij zijn sterk afhankelijk van open landschappen met vooral landbouwpercelen. De afgelopen jaren namen landbouwers en de projectpartners maatregelen voor typische dieren en planten die op en rond de akkers voorkomen. Ze plantten hagen, bomen en houtkanten, zaaiden kruidenrijke grasstroken, beschermden nesten en lieten restjes voedergewassen staan in de winter. Vooral dat laatste droeg er sterk aan bij dat heel wat typische akkervogels in Bilzen konden overwinteren.”
“Mooi is bovendien dat veel van deze maatregelen ons landschap mooier maken en bijdragen aan een duurzame, veerkrachtige landbouw in onze gemeente. Diverse lokale landbouwers sloten een beheerovereenkomst af met de VLM om het leven op en rond hun akkers te versterken. Een bijzonder effectieve maatregel, waar we zeker op moeten blijven inzetten. De gemeente zet met veel plezier haar schouders onder dit unieke project en maakte middelen vrij zodat de monitoring kon plaatsvinden.”
Een vliegende start
Natuurlijk is het belangrijk om de evolutie in de akkervogelpopulaties op te volgen en te kijken hoe de genomen maatregelen hier een invloed op hebben. Een groep van lokale vrijwilligers, ondersteund door een medewerker van vzw Veldwerk, trokken de afgelopen jaren de velden in om tellingen uit te voeren. Deze gebeurden zeer structureel en nauwkeurig, volgens een wetenschappelijke methode. Dat geldt ook voor de verwerking van de gegevens, waarvoor Vzw Veldwerk, Werkgroep Grauwe Gors en het INBO de handen in elkaar sloegen.
“Plan Leeuwerik leverde unieke en waardevolle inzichten voor het beheer en de bescherming van akkervogels,” concludeert Dries Moeyaert van vzw Veldwerk. “Het project legde een stevige basis voor een duurzame aanpak in het agrarisch landschap. Het is de eerste keer in Vlaanderen dat er een vaste structuur is opgezet om ook de overwinterende akkervogels in kaart te brengen. We maakten gebruik van 70 vaste telpunten om de vogels van het landbouwlandschap van Bilzen in kaart te brengen. Door te beginnen met een nulmeting en vijf opeenvolgende jaren te tellen zien we patronen die niet enkel interessant zijn voor de situatie in Bilzen, maar die ons ook toestaan om te vergelijken met andere landbouwgebieden.”
Door zowel in de zomer als in de winter te tellen, ontstaat een beeld van de aanwezigheid van de vogels doorheen de seizoenen. De tellers noteerden alle soorten die ze konden spotten, maar focusten vooral op de veldleeuwerik, kievit, geelgors, blauwe kiekendief, kneu, patrijs en ringmus.
De veldleeuwerik is in Bilzen nog niet uitgeteld
De veldleeuwerik fungeert als mascotte voor dit project, omdat hij zich goed thuisvoelt in een landbouwlandschap en een uitstekende parameter vormt voor andere soorten. Als de veldleeuwerik zich ergens goed voelt, geldt dat ook voor veel andere dieren.
Johannes Jansen van het INBO: “De veldleeuwerik heeft het moeilijk in Vlaanderen. In Bilzen komt hij echter nog opvallend veel voor en de aantallen blijven ook stabiel. Vanop één punt kan je plaatselijk makkelijk zes veldleeuweriken tegelijk horen zingen. Dit heeft te maken met een combinatie van gunstige factoren, zoals relatief kleine percelen met meer variatie en akkerranden, een goede afwisseling van gewassen en een open landschap met onverharde veldwegen en bermen waar de vogels schuilplekken vinden. We zien ook dat zowel de veldleeuwerik als bijvoorbeeld de kneu en de geelgors zich in de winter volop lieten spotten. Dat bevestigt dat Bilzen van groot belang is voor overwinterende vogels. Ook de aanwezigheid van de blauwe kiekendief vormt een hart onder de riem van de landschapsbeheerders. Deze zeldzame roofvogel profiteert namelijk mee van de genomen maatregelen.”
Meer info over Plan Leeuwerik: www.bilzenhoeselt.be/plan-leeuwerik
Bekijk hier het volledige rapport
Bekijk hier de presentatie